Blijft de meerwaardebelasting een papieren tijger?

Een solidariteitsbijdrage betekent dat enkel de meerwaarden die na de invoering van de maatregel worden gerealiseerd, belast worden. Historische meerwaarden blijven dus vrijgesteld.

Om kleine beleggers te ontzien, wordt een voetvrijstelling van 10.000,00 EUR voorzien (waarvoor eerdere teksten 6.000,00 EUR vermeldden). Tevens blijft er een vrijstelling van 1 miljoen EUR voor meerwaarden op deelnemingen van minstens 20%, waarbij dit percentage in eerdere versies nog op 5% stond. De belastbare basis wordt opgesplitst in schijven: meerwaarden tussen 1 en 2,5 miljoen EUR worden belast tegen 1,25%, tussen 2,5 en 5 miljoen EUR tegen 2,5%, en tussen 5 en 10 miljoen EUR tegen 5%. Meerwaarden vanaf 10 miljoen EUR vallen onder een belastingtarief van 10%. Minderwaarden kunnen binnen hetzelfde aanslagjaar worden afgetrokken, maar zijn niet overdraagbaar naar een volgend jaar. De drempel voor de vrijstelling van 1 miljoen EUR wordt met 15% verhoogd ten opzichte van de eerdere voorstellen, maar de deelnemingsvoorwaarde werd wel fors verhoogd van 5% naar 20%.

Er blijft echter onzekerheid over de mogelijkheid van vrijstellingen voor deelnemingen onder de 20%. De wetstekst lijkt open te staan voor dergelijke vrijstellingen, wat relevant zou kunnen zijn voor bijvoorbeeld investeerders in KMO’s of oprichters van start-ups die door de toetreding van nieuwe investeerders onder deze drempel dreigen te vallen. Zo’n aandeelhouder zou niet slechter behandeld moeten worden dan iemand met minimaal 20% deelneming, zeker als we de wens van de regering om ondernemerschap te bevorderen in acht nemen.

De vraag is hoe deze heffing zal worden ingepast in het fiscale wetboek en hoe deze heffing zich zal verhouden tot reeds bestaande belastbare meerwaarden op aandelen. Denk aan de belasting van 33% op de meerwaarden op aandelen in geval van abnormale verrichtingen van beheer van privévermogen of de belasting van 16,5% op de meerwaarde op aandelen over een deelneming van 25% of meer in binnenlandse vennootschappen ingeval van vervreemding van aandelen aan een rechtspersoon gevestigd buiten de EER. De vraag is ook of deze heffing zal moeten worden betaald in geval van realisatie van meerwaarden naar aanleiding van een inbreng in een holding bijvoorbeeld.

Daarnaast zijn er nog een hoop andere vragen waar het antwoord onbestaand of onduidelijk is. Het regeerakkoord vermeldt geen definitie van financiële vaste activa, wat dus met de meerwaarde op fysiek goud? Zijn de kosten die zijn gemaakt om de meerwaarde te verwerven aftrekbaar? Moet een meerwaarde aangegeven worden of zal de bank een taks inhouden? Wordt de historische aankoopprijs geïndexeerd? Hoe omgaan met wisselkoerswinsten of verliezen? Spreken van een voetvrijstelling betekent dat er sprake is van een progressieve belastingschaal voor de aanmerkelijke belangen. Wordt die progressieve schaal ook toegepast op beleggers die geen aanmerkelijke belangen hebben? Waarom niet spreken van een vrijstelling i.p.v. een voetvrijstelling?

Het regeerakkoord spreekt tenslotte niet over een meerwaardebelasting maar over een solidariteitsbijdrage en dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Een solidariteitsbijdrage is geen belasting. Belastinggeld vloeit naar de fiscus, solidariteitsbijdragen naar de sociale zekerheid. Vermoedelijk hebben de onderhandelaars er bewust voor gekozen, de ene kan zeggen dat er geen belasting komt, de andere kan zeggen dat er extra middelen komen voor de sociale zekerheid. Helaas past de solidariteitsbijdrage op meerwaarden op die manier perfect in de Belgische traditie van parafiscale bijdragen, van juridische nuances die complexiteit creëren en van fiscale koterij die blijft groeien.

Bovenstaande vragen zijn stuk voor stuk netelige vragen waar de nieuwe minister van Financiën een antwoord op moet verzinnen, antwoorden die bepalend zullen zijn voor het antwoord op de vraag of de meerwaardebelasting een bijtende tijger zal zijn. Voorlopig is het nog een papieren tijger.